Geldzaken bij scheiding

Dat er bij een scheiding vaak alimentatie aan de orde komt, weet bijna iedereen. De wet geeft scheidende partners daarbij veel ruimte. Er staat niet meer en niet minder ‘dat er een regeling moeten getroffen die redelijk & billijk is’. Daarover kunnen de meningen echter behoorlijk verschillen.

Als een van de partners meer verdiend dan de ander, kan er – als er aan allerlei voorwaarden wordt voldaan – sprake zijn van partneralimentatie. Die wordt – hoewel er een nieuwe wet in de maak is – nog altijd in principe voor maximaal 12 jaar vastgesteld. Daarvoor moet financiële draagkracht en ook een behoefte bestaan. Tijdens de scheidingsbemiddeling worden de wensen van beide partners besproken, wat ze zélf redelijk en billijk vinden en bereken hoe de zaken – ook in fiscaal opzicht – optimaal geregeld kunnen worden.

Naast partneralimentatie blijven beide partners ook na de scheiding samen financieel zorgen voor de kinderen. Er zijn daarvoor richtlijnen, de zogenaamde TREMA-normen. Daaraan hoeven ouders zich niet per se te houden. Er kan gekozen voor kinderalimentatie voor het levensonderhoud van de kinderen, die van de ene naar de andere ouder worden overgemaakt. Er kan echter ook gekozen worden voor een gezamenlijke kinderkostenrekening, die door beide ouders wordt beheerd, waarvan alle kosten die voor de kinderen worden gemaakt worden betaald. Samen met de ouders bekijken welke regeling bij hen past, welke kosten er in hun geval voor de kinderen écht worden gemaakt en in welke verhouding beide ouders die willen en kunnen betalen. Maatwerk dus.

Ook alle andere financiële consequenties van de scheiding passeren de revue. Te denken valt dan aan: pensioen, verzekeringen, erfenissen, enzovoorts.

 

 

Comments are closed.